zondag, 19 november 2017
Vraag Rijk
Online Schrijfhulp
Uw organisatie?
informeren en presenteren
draagvlak creeren
online acteren
De mensen van uw organisatie
De middelen van uw organisatie
Aanbod
Mijn aanbod
Mijn netwerk
training, advies en creatie
schrijven, redigeren en ordenen
realisatie online en offline
samenwerken en activeren
Mijn partners

blackboard260

Delen van (onderzoeks)informatie is een gevoelig thema in de wetenschap. Citation indexes en persoonlijke publicaties bepalen de reputatie van wetenschappers en hun instituten, wat de openheid van lopend onderzoek vaak lijkt te belemmeren. De noodzakelijke aansluiting op nieuwe ontwikkelingen waarbij crowdsourcing, open data en het delen van informatie centraal staan, is voor sommigen best lastig.

Een nieuw soort openheid

Toch draagt het online delen van informatie juist bij aan de reputatie van wetenschappers en instituten. Niet voor niets sluit de wetenschappelijke wereld meer en meer aan bij de ontwikkeling naar open data, deels in besloten groepen, deels in open platforms, wat de behoefte aan een inzichtelijke en toegankelijke ordening van data, lopend onderzoek en voltooide publicaties vergroot.

Onderwijs: de omgekeerde wereld

Ook in het wetenschappelijk onderwijs is een heroriëntatie nodig. Waar wetenschappelijke docenten nog steeds de inhoudelijke autoriteit vormen voor hun vakgebied, zijn hun studenten inhoudelijk en technisch veelal mijlen voor op hun leermeesters in de deelname aan het online domein. En dat terwijl juist de sociale media zich uitstekend lenen voor de ontwikkeling over het gehele spectrum (cognitief, affectief en sociaal) van alle deelnemers aan het onderwijs: studenten, docenten en gelieerde organisaties.

Hoe moet dat dan?

Wetenschappers staan dus voor een aantal belangrijke uitdagingen waar het gaat om de communicatiestructuur (denk aan een alternatief voor het aloude ‘zenden’). Zij moeten mee in de nieuwe manier van communiceren – delen, luisteren en activeren – en moeten openheid combineren met herkenbaar eigenaarschap.

Dat vraagt om reflectie en heroriëntatie. Op welke manier stellen wij onze informatie beschikbaar en hoe stimuleren we het gesprek hierover? Hoe kunnen we de wetenschappelijke resultaten valoriseren en tegelijkertijd werken aan ons eigen curriculum en de eigen wetenschappelijke reputatie? Hoe kunnen we blijven meepraten in het gesprek dat meer en meer online plaatsvindt? En, hoe gaan we de benodigde verandering doorvoeren?

Infrastructuur, training en aan de slag

Startpunt is een doordachte socialemedia-infrastructuur die bestaat uit een themawebsite met een blog van de betreffende medewerkers, een archief van (korte) artikelen, een online nieuwsbrief, een overzicht van publicaties, ingedeeld naar thema’s en personen, share-knoppen bij elk artikel, links naar verwante websites, de eigen sociale media en de ‘officiële’ webpagina’s van de betrokkenen, een evenementenkalender en een afdeling ‘Over ons’.

transitieblogsm

Verder omvat deze infrastructuur sociale media zoals een Facebook-pagina, een Twitter-account, een LinkedIn-groep, een Google+-pagina, een Slideshare-account voor presentaties, een Youtube-account met afspeellijsten, een Flickr-account voor foto’s, een min of meer besloten ‘cloud’ (bijvoorbeeld met toepassingen als Google Docs, Google Calendar, en Google-mail) voor ‘work in progress’, onderzoeksdata en online uitwisseling van documenten en samenwerking, en hulpmiddelen die het sharen van links naar interessante (eigen) artikelen en van verwante websites eenvoudig maken voor het redactieteam, zoals Bufferapp.com, Ifttt.com en Tweetdeck.com.

Training

Zo’n infrastructuur is nog maar het begin. Het is ook nodig om de betrokken wetenschappers te trainen, in onder meer: de nieuwe principes van delen, luisteren en activeren (ook) met gebruikmaking van sociale media, het toevoegen van artikelen aan de website, bloggen volgens het OBAMA-principe over lopende zaken, en communitymanagement: een efficiënte bediening van de socialemediakanalen en de cloud.

Aan de slag

Op die manier zijn de medewerkers toegerust om de onderlinge samenwerking aan te gaan, informatie te delen en op een inzichtelijke manier toegankelijk te maken, het een-op-een-verkeer (zoals e-mail) zoveel mogelijk te benutten voor de ‘conversatie’ (een-op-meerdere) en uiteindelijk zoveel mogelijk te beperken. Ze zijn kortom socialemediavaardig, zowel in kennis, houding als gedrag.

Even goed nadenken en dan gewoon beginnen, is het devies.

Zie ook Sociale media in het hoger onderwijs en Luisteren en delen voor wetenschappers.