maandag, 25 september 2017
Vraag Rijk
Online Schrijfhulp

meertrapsraket1

In het enthousiasme om op en top socialemediawaardig te zijn (een heel goed streven) is het voor organisaties belangrijk om goede timing toe te passen, zeker als je van plan bent om samen te gaan bloggen. Kort gezegd: maak nog geen accounts aan als die voorlopig nog geen inhoud krijgen.

Werk in twee fasen
Stel, je hebt al een corporate Twitter-account, een Facebook- en LinkedIn-bedrijfspagina, en jouw medewerkers willen wel gaan bloggen op de corporate website. Maak dan eerst gebruik van de bestaande sociale kanalen en open nog geen nieuwe kanalen voor stromen blogs die nog niet bestaan. Pas als er flink wat blogs verschijnen over een specifiek onderwerk, kán een apart kanaal daarover nuttig zijn.
Werk, kortom, in twee fasen.

Fase 1: uitbouwen van het bestaande
Het is in deze eerste fase – nu er nog maar weinig blogs en artikelen gepubliceerd worden – slim om gebruik te maken van de bestaande, corporate Twitter- en Facebook-account. Zeker als daar al een zeker DNA is opgebouwd. Dat kan altijd nog verder uitgebouwd worden door relevante accounts te volgen of liken (zeker als dat er maar heel weinig zijn). Dat geldt ook voor LinkedIn (nog geen showcases maken voor onderwerpen die nog geen inhoud hebben) en Facebook (nog geen specifieke pagina’s naast de bedrijfspagina maken).

Vooral als de bestaande corporate accounts een relatief stevige basis hebben, maar niet voldoende activiteit vertonen, ligt daar eerst een opdracht:

  • Meer volgers vinden voor de sociale accounts om zo het DNA verder te profileren.
  • Posten op het Twitter-account en de Facebook-pagina en sharen op het LinkedIn-account: links naar artikelen en websites die voor de lezer van belang kunnen zijn, en, met mate (!), links naar eigen artikelen, blogs en webpagina’s.

Bovendien gaat het erom dat de volgers de links naar de corporate blogs en artikelen gaan delen in hun netwerken. En dat gaat voornamelijk via de share-knoppen bij de betreffende blogs en artikelen op de website, en via bijvoorbeeld een mailtje of een share van de blogger naar zijn eigen netwerk. En in veel mindere mate via de links naar deze blogs via de eigen, corporate sociale accounts.

Wacht dus met het opzetten van specifieke Twitter-accounts, Facebook-pagina’s en LinkedIn-showcases, totdat het voor de bezoekers en volgers duidelijk, gemakkelijk en inzichtelijk wordt om niet de corporate accounts te volgen maar de specifieke accounts. En dat is pas het geval als de corporate accounts zodanig ‘vollopen’ met informatie over de uiteenlopende onderwerpen dat aparte onderverdeling noodzakelijk is. Bouw ondertussen door aan het DNA van de accounts, door gericht te volgen en te sharen.

Als de tijd rijp is voor een specifiek account, kunnen volgers op de corporate accounts daar heel natuurlijk op gewezen worden: het is gemakkelijker om uw belangstelling voor dit specifieke onderwerp te bevredigen op het nieuwe account dat wij hiervoor inrichten. De vraag blijft dan wel of de volgers en likers mee willen verhuizen.

Fase 2: voorbereiding van het nieuwe
Fase twee gaat pas in als er voldoende blog-materiaal is. Toch is het goed om alvast de toekomstige kanalen te verkennen. Want, als de blogs en de artikelen eenmaal op volle toeren gaan draaien, is het goed om enkele punten alvast te hebben getackeld. Dat betreft in de eerste instantie de namen van de nieuwe Twitter-accounts en Facebook-pagina's die te zijner tijd zonodig geopend kunnen worden.

Onderzoek alvast wat hier mogelijk is, in het verlengde van de naamgeving van de corporate accounts. Welke namen kun je inzetten voor de nieuwe onderwerpen, op zo’n manier dat ze de link met de corporate accounts uitdrukken en de inhoud van het nieuwe? Reserveer deze namen als ze beschikbaar zijn, en als de tijd daarvoor rijp is. De vormgeving van deze accounts volgt later, wanneer je besluit om deze kanalen echt in gebruik te nemen bij voldoende blogs en bij strategische noodzaak ertoe.

Bedenk dan wel dat je per account een DNA moeten opbouwen: 1) van accounts die je gaat volgen omdat ze heel goed bij het betreffende account passen, 2) van mensen die je vinden (dat zijn de spreeuwen, weet je nog?) en het de moeite waard vinden om dit account te volgen of liken. Een flinke uitdaging, waar communitymanagement het sleutelwoord is. Lees meer over het opzetten van zo’n infrastructuur in mijn blogje erover: www.rijkwillemse.nl/tijdelijk-head-of-twitter-voor-het-communicatieteam.

Timing
Afstemming is cruciaal bij deze volgende stappen. Volg voor de LinkedIn-showcases en de Facebook-pagina’s dezelfde lijn en timing als voor Twitter. Al is het toepassen van namen daar een stuk gemakkelijker. Maar juist bij de showcases en bij de Facebook-pagina’s wil je content laten zien, bijvoorbeeld in de vorm van blogs en artikelen. En zolang die content er niet is, kan een ‘lege’ LinkedIn-showcase of Facebook-pagina alleen maar tegen je gaan werken (lees hier meer over de showcases en hun content: www.rijkwillemse.nl/linkedin-bedrijfspagina-met-cases).

Slotsom: zorg voor een socialemedia-infrastructuur die beantwoordt aan wat je kunt aanbieden; en dat kan alleen de (blog)praktijk van alledag uitwijzen.