dinsdag, 19 september 2017
Vraag Rijk
Online Schrijfhulp

Frederik II van Pruisen schreef in 1770 aan d'Alembert: 'Het is vergeefse moeite de mensheid te willen voorlichten. Men moet genoegen nemen met eigen wijsheid, zo men daartoe in staat is, maar moet het gewone volk overlaten aan de dwaling en er alleen naar streven het te weerhouden van misdrijven die de maatschappelijke orde verstoren'.

De eigen wijsheid van de bestuurder kan in zo'n regime haar eigen gang gaan en verkeert uiteindelijk in de eigenwijsheid van het eigenbelang - voorlichting is hier ongewenst en zou het einde van dit soort bestuur betekenen.

Vandaag heeft de overheid communicatieplicht. Een belangrijk doel van deze plicht is de gemeenschap toegang te geven tot de besluiten, zodat belangstellenden en belanghebbenden erover kunnen meedenken en waar mogelijk invloed kunnen uitoefenen via procedures van inspraak, bezwaar en beroep. Informatie over zulke procedures is een verplicht onderdeel van de exercities die de overheid uitvoert om te voldoen aan haar communicatieplicht.

Bij ingrijpende besluiten over bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, leefomgeving en bewegingsvrijheid leidt de communicatieplicht tot een veelheid van inbreng van betrokkenen. Dat kost veel tijd en geld en maakt de overheid minder slagvaardig dan zij zou willen zijn. Belanghebbenden richten zich veelal op bezwaren die hun eigen achtertuin betreffen. Zij brengen het algemene(re) belang daarbij vaak in strategische zin voor het voetlicht, dat wil zeggen: als argument in dienst van de dreigende schending van lokale of persoonlijke belangen.

Tegenover deze strategisch geformuleerde bezwaren, waarin het persoonlijke of lokale belang goedbedoeld versluierd wordt in overwegingen van algemeen belang, stelt de overheid - veelal op voorhand - vergelijkbare, strategische argumenten.

Hoe formuleren we onze plannen en de gevolgen daarvan zo dat de kans op inbreng en daarmee de vertraging en de kosten beperkt blijven? Daarnaast zien we dat de communicatieplicht meer en meer ingevuld wordt als informatieverschaffing, en dat de mogelijkheden voor inspraak vaak in moeilijk toegankelijke aankondigingen gepresenteerd worden.

Dat de overheidscommunicatie strategisch is, wordt niet alleen ingegeven door de strategisch geformuleerde bezwaren van het publiek, maar ook door het gegeven dat niet aan alle bezwaren tegemoet kan worden gekomen. Waar grote ontwikkelingen plaatsgrijpen, zullen altijd persoonlijke en lokale belangen geschaad worden - en adequaat gecompenseerd moeten worden. Dat is nu eenmaal aan de orde wanneer we het bestuur neerleggen bij organen die in onze opdracht de grote lijn in de gaten houden en die belangen op macroniveau behartigen.

Met het delegeren van het bestuur hebben we ook de deskundigheid gedelegeerd. Personen en belangenorganisaties hebben eenvoudigweg niet de tijd en de capaciteit om de gevolgen van ingrijpende, globale besluiten nauwkeurig en evenwichtig in beeld te brengen. Die taak vervullen de bestuurlijke organen, in onze opdracht. Communicatie over de resultaten van zulk onderzoek vraagt om een vertaling van informatie die anders alleen maar voor experts toegankelijk is. Het is niet verwonderlijk dat daarbij informatie verloren gaat of vervormd wordt.

Publiek en overheid bieden tegen elkaar op in goedbedoelde versluiering van argumenten. Ondergeschikte belangen worden ondergeschikt aan consensus en algemeen belang. Deskundigheid en expertkennis moeten worden gepopulariseerd. Dat zijn drie redenen waarom het een lastige opdracht is de mensheid te willen voorlichten, een opdracht die vraagt om een specifieke vaardigheid bij het omzeilen van de klippen die deze opdracht niet alleen bemoeilijken maar ook definiƫren.