dinsdag, 26 september 2017
Vraag Rijk
Online Schrijfhulp

Als het object dan vervlogen is en we maar met moeite kunnen vaststellen wat de constante en het gemeenschappelijke is in wat wij samen waarnemen, hoe kan het dan zijn dat de gemeenschappelijke beleving van het object soms zo sterk is? Een voorbeeld. Spelend in een muziekgezelschap kunnen de uitvoerders een geweldige eenwording ervaren met hetgeen zij uitvoeren, hun object. Blikken over en weer, een glimlach, herkenning – zo gaat ie echt goed; dit is meer dan we hadden afgesproken – maar niet te veel, want dan is het weer weg.

De oude mystici hebben de opgang naar God opgedeeld in min of meer strikte fasen, veelal met duidelijke procedures voor elke fase. Uiteindelijk doel was de eenwording met de Heer. En dat kon via de stof, de aanleiding die het oppervlak of de inhoud van het object biedt. Goud, harmonie, gulden snede, allegorie en strikte thematiek. Het moest ze allemaal leiden van beschouwen naar schouwen, van zien naar opgaan in. Zij raken hiermee aan iets wat velen kennen, en wat bijvoorbeeld musici soms mogen beleven.

Zien we de dirigent twee koren, zes solisten en één orkest aanvoeren, zoals Daniel Reuss de Matthäus Passion in de Pieterskerk in Leiden, dan nemen we bevlogenheid waar. Inspiratie en gedrevenheid die overspringt op de uitvoerders. Dat kun je horen aan de techniek – alles komt precies op zijn plaats dankzij de intense maar minimale aanwijzingen, bewegingen van wenkbrauwen, handen, kin en ogen – en dat kun je vooral waarnemen aan de opgang in het werk. Door uitvoerders, toehoorders en dirigent. Allen lijken zij één met BWV 244. De tijd staat bijna stil.

Ook hier vervliegt het object. Weliswaar niet door de analyse van wat er nu aan gemeenschappelijks overblijft als allen het delen. Nu gaat het op in uitvoerder en toehoorder, of liever, nu verdwijnen uitvoerder en toehoorder in het object. Wat is dat toch dat ons zo gemeenschappelijk voorkomt, zonder dat we het kunnen grijpen? Als we Daniel Reuss tijdens de pauze in een café samen met de alt onderuitgezakt de lunch zien gebruiken en een shagje zien rollen, weten we: het ligt in ieder geval nog in de Pieterskerk.