zondag, 24 september 2017
Vraag Rijk
Online Schrijfhulp

sketch

Zoek een tegenspeler, een camera en maak je eigen sketch naar Who's on first, van Abott en Costello, maar dan in het Nederlands. Gebruik de vertaling hieronder als uitgangspunt.

Post je filmpje op Youtube. Meld je link aan in de comments hieronder. Wij verzamelen de inzendingen en laten de kijkers beoordelen. Het aantal 'views' bepaalt de winnaar.

Succes!

Bron: Bud Abott en Lou Costello, “Who’s on first” (vele uitvoeringen beschikbaar, die onderling licht verschillen, bijvoorbeeld http://youtu.be/wfmvkO5x6Ng)

Vertaling: Rijk Willemse

De opstelling

Weet ik niet
Linksbuiten

Wie
Spits, midvoor

Wat
Rechtsbuiten

 

Vandaag
Spelverdeler

 

Waarom
Linksback

Daarom
Laatste man

Kan me geen bal schelen
Rechtsback

 

Morgen
Keeper

 

De autocue-versie

Klik hier voor de autocue-versie van de dialoog. Stel tempo en lettergrootte naar believen in.

De dialoog

Coach: Hee man, ik hoor dat je bij ons komt spelen. Weet je, ik ben de coach, van jouw voetbalteam.

Speler: Ah, als jij de coach bent, ken je alle spelers.

Coach: Zeker.

Speler: Okee, ik ken die jongens niet. Vertel me hun namen. Dan weet ik met wie ik speel.

Coach: Je weet dat ze die voetballers tegenwoordig rare namen geven.

Speler: Grappige namen?

Coach: Vreemde namen, koosnaampjes...

Speler: Mmm...

Coach: Okee, laten we eens kijken, Wie staat midvoor, Wat staat rechtsbuiten, Weet ik niet staat linksbuiten...

Speler: Precies, dat wil ik weten.

Coach: Ik zeg Wie is de spits, Wat staat rechtsvoor, Weet ik niet linksvoor.

KORTE STILTE

Speler: Ben jij de trainer?

Coach: Ja.

Speler: Jij bent ook de coach?

Coach: Ja.

Speler: En je kent de namen van de jongens niet?

Coach: Zou je wel denken.

Speler: Okee dan, wie staat in de spits?

Coach: Ja.

Speler: Ik bedoel z'n naam.

Coach: Wie.

Speler: De jongen in de spits.

Coach: Wie.

Speler: De midvoor.

Coach: Wie.

Speler: De knaap die in de...

Coach: Wie staat in de spits!

Speler: Ik vraag JOU wie in de spits staat.

Coach: Dat is zijn naam.

Speler: Dat is de naam van wie?

Coach: Ja.

Speler: Ok, vertel het.

Coach: Dat is het.

Speler: Dat is wie?

Coach: Ja.

KORTE STILTE

Speler: Okee, je hebt een midvoor?

Coach: Zeker.

Speler: Wie speelt midvoor?

Coach: Klopt.

Speler: Als je de midvoor zijn maandsalaris betaalt, wie krijgt dan het geld?

Coach: Elke euro.

Speler: Ik probeer alleen maar achter de naam te komen van de midvoor.

Coach: Wie.

Speler: De jongen die het geld krijgt...

Coach: Dat is 'm.

Speler: Wie krijgt het geld...

Coach: Hij krijgt het allemaal, elke euro. Maar soms moet het geld naar zijn vrouw.

Speler: De vrouw van wie?

Coach: Ja.

KORTE STILTE

Coach: Wat is daar mis mee? Hij verdient het toch?

Speler: Wie verdient het?

Coach: Ja.

KORTE STILTE

Speler: Kijk, ik hoef maar één ding te weten. Wanneer je de midvoor roept, met welke naam doe je dat dan?

Coach: Wie.

Speler: De midvoor.

Coach: Wie.

Speler: Hoe schrijft hij zijn naam...

Coach: Zo schrijft hij zijn naam.

Speler: Wie?

Coach: Ja.

KORTE STILTE

Speler: Ik wil alleen maar weten: wat is de naam van de midvoor.

Coach: Oh, nee. Wacht even. Wat speelt rechtsvoor.

Speler: Ik vraag je niet ‘wie speelt rechtsvoor’.

Coach: Wie speelt midvoor.

Speler: Eén positie per keer!

Coach: Okee, maar jij haalt de spelers door elkaar.

Speler: Ik haal helemaal niemand door elkaar!

Coach: Rustig aan, man.

Speler: Ik vraag je alleen maar, wie speelt er midvoor?

Coach: Dat klopt.

Speler: Okee.

Coach: In orde.

KORTE STILTE

Speler: Wat is de naam van die vent in de spits?

Coach: Nee. Wat speelt rechtsvoor.

Speler: Ik vraag je niet ‘wie speelt rechtsvoor’.

Coach: Wie speelt midvoor.

Speler: Weet ik niet.

Coach: Die staat linksvoor, laat hem er nou even buiten.

Speler: Wacht even, hoe kom ik nou op linksvoor?

Coach: Je noemde zijn naam.

Speler: Ik noemde niemands naam! Ik ken niemand in dit team!

KORTE STILTE

Speler: Als ik de naam van de linksvoor noemde, wie zei ik dat links speelde?

Coach: Nee. Wie speelt midvoor.

Speler: Wat is midvoor?

Coach: Wat speelt rechtsvoor.

Speler: Weet ik niet.

Coach: Die staat linksvoor.

Speler: Daar heb je het weer, linksvoor!

KORTE STILTE

Speler: Blijf dan bij die linksvoor en houd je daar bij.

Coach: Okee, wat wil je weten?

Speler: Goed, wie speelt linksvoor?

Coach: Waarom zet je Wie steeds linksvoor?

Speler: Wat zet ik linksvoor?

Coach: Nee. Wat speelt rechtsvoor.

Speler: Wie wil je niet op rechtsvoor?

Coach: Wie speelt midvoor.

Speler: Weet ik niet.

Speler en coach samen: Linksvoor!

KORTE STILTE

Speler: Okee, heb je achterspelers?

Coach: Tuurlijk.

Speler: De naam van de linksback?

Coach: Waarom.

Speler: Ik dacht ik vraag het gewoon.

Coach: Ik dacht ik vertel het gewoon.

Speler: Vertel me dan wie linksachter speelt.

Coach: Wie speelt midvoor.

Speler: Ik vraag niet... blijf toch van die voorhoede af! Wat is de naam van de jongen die linksachter speelt?

Coach: Nee, Wat speelt rechtsvoor.

Speler: Ik vraag je niet wie rechtsvoor speelt.

Coach: Wie speelt midvoor!

Speler: Weet ik niet.

Speler en coach samen: Linksvoor!

KORTE STILTE

Speler: De naam van de linksback?

Coach: Waarom.

Speler: Daarom!

Coach: Dat is de laatste man.

KORTE STILTE

Speler: Okee, heb je een keeper in het team?

Coach: Tuurlijk.

Speler: De naam van de keeper?

Coach: Morgen.

Speler: Wil je het niet nu vertellen?

Coach: Ik vertel het je nu.

Speler: Okee, toe maar.

Coach: Morgen!

Speler: Hoe laat?

Coach: Hoe laat wat?

Speler: Hoe laat vertel je me morgen wie keept?

Coach: Luister eens. Wie staat niet in het doel.

Speler: Nou breekt m'n klomp, wie staat niet in het doel? Wat is de naam van de keeper?

Coach: Wat speelt rechtsvoor.

Speler: Weet ik niet.

Speler en coach samen: Linksvoor!

KORTE STILTE

Speler: Heb je een spelverdeler?

Coach: Tuurlijk.

Speler: Zijn naam?

Coach: Vandaag.

Speler: Vandaag, en morgen staat in het doel.

Coach: Nou snap je het.

Speler: We hebben maar een paar dagen voor dit team.

KORTE STILTE

Speler: Weet je, ik ben ook altijd spelverdeler geweest.

Coach: Mm.

Speler: Ik kan best goed met de bal overweg. Morgen speelt mijn team. Er komt een aanvaller aan. Ik houd hem tegen en trap de bal naar de midvoor, dan trap ik 'm naar wie?

Coach: Kijk, nou heb je het eindelijk goed.

Speler: Ik weet niet eens waar ik het over heb!

KORTE STILTE

Coach: Dat is het enige wat je moet doen.

Speler: De bal naar de midvoor spelen.

Coach: Ja!

Speler: En wie heeft hem dan?

Coach: Tuurlijk.

KORTE STILTE

Speler: Kijk, ik schop de bal door het midden, iemand moet 'm hebben. Wie heeft de bal?

Coach: Tuurlijk.

Speler: Wie?

Coach: Tuurlijk.

Speler: Tuurlijk?

Coach: Tuurlijk.

Speler: Dus ik speel de bal naar Tuurlijk.

Coach: Nee dat niet, je speelt de bal naar Wie.

Speler: Tuurlijk.

Coach: Dat is iets anders.

Speler: Dat zei ik.

Coach: Dat zei je niet...

Speler: Ik speel de bal naar Tuurlijk.

Coach: Je speelt de bal naar Wie.

Speler: Tuurlijk.

Coach: Precies.

Speler: Dat zei ik!

Coach: Vraag het mij eens.

Speler: Ik speel de bal naar wie?

Coach: Tuurlijk.

Speler: Nou moet je het aan mij vragen.

Coach: Speel je de bal naar Wie?

Speler: Tuurlijk.

Coach: Nou snap je het.

Speler: Net als jij! Net als JIJ! Ik speel de bal naar wie. Wie dat ook is, speelt de bal naar Wat. Wat speelt naar Weet Ik Niet. Weet Ik Niet speelt de bal naar Morgen, beet. Iemand anders neemt de bal uit. Waarom? Weet Ik Niet! Hij is linksvoor en het kan me geen bal schelen.

Coach: Wat?

Speler: Ik zei ‘kan me geen bal schelen’.

Coach: Ooh, dat is onze rechtsachter.

. . .