maandag, 21 augustus 2017
Vraag Rijk
Online Schrijfhulp
13 drogredenen van een PVV'er

In de Gelderlander van zaterdag 21 januari 2012 gaat Daniƫl ter Haar, fractievoorzitter PVV Gelderland, tekeer tegen het subsidiebeleid van de provincie Gelderland. Hij past daarbij volop retorische middelen toe, waaronder ook vele drogredenen. Een selectie, als analyse, niet als stellingname.

(Klik op het plaatje voor een vergroting.)

1. Vertekening

'De grootste winnaar' moet eigenlijk zijn 'de grootst groeier'; feitelijk kan de schrijver die overwinning niet claimen, al beleeft ie het wel zo.

2. Twijfelachtig feit

Een subsidie voor een fotoboek en een kunstkoe, het is allemaal mogelijk volgens de schrijver; de suggestie van verspilling is groot maar feitelijke onderbouwing ontbreekt.

3. Twijfelachtige evaluatie

De bewering dat het geld de bestuurders in de broek moet branden, komt de schrijver goed uit; het blijft bij een aanname.

4. Argumentum ad populum

De aanduiding 'waanzinprojecten' doet een beroep op hartstochten en vooroordelen bij het publiek; we zien hier een politicus die geweld inzet, in plaats van argumenten.

5. Provincialisme

Met 'u zult wel denken' doet de schrijver een beroep op loyaliteit; dit past in het betoog, maar de onderbouwing en de argumentatie ontbreken.

6. Twijfelachtig feit

De subsidie voor Campina komt hiermee in een kwaad daglicht te staan; de schrijver onderbouwt deze stelling niet.

7. Valse beschuldiging van inconsistentie

De schrijver legt de tegenstander een inconsistente denkwijze in de mond; deze berust op een aanname, eentje die past in zijn betoog.

8. Begging the question

De schrijver presenteert wat hij wil aantonen als juist; maar, de kiezer zal de ballon pas doorprikken als er goede argumenten voor zijn, en die ontbreken in het stuk.

9. Vertekening

De schrijver heeft het over een subsidie om breien weer populair te maken; hij stelt met deze aanduiding de activiteiten van ArtEZ in een kwaad daglicht.

10. Vals dilemma

Dat de bezuinigingen noodzakelijk zijn door het 'graai- en strooibeleid' klinkt wel aardig, maar onderbouwing voor deze stelling ontbreekt; zwart-witdenken dus.

11. Twijfelachtige evaluatie

De aanname dat de bestuurlijke elite vergeet dat het hier om belastinggeld gaat, past goed in het betoog; de gekleurde bewering mist een feitelijke onderbouwing.

12. Dubbelzinnigheid

Bestuurders moeten fatsoenlijk omgaan met belastinggeld, vindt de schrijver; onderliggende aanname is dat ze dat niet doen.

13. Argumentum ad hominem

Een aanval op de persoon en niet op de argumenten, met een gewelddadig kleurtje (argumentum ad baculum); hiermee kleurt de schrijver zijn gehele stuk met kracht in.

Het hoort bij de opvoeding tot mondige burgers dat onze kinderen de oude Griekse retorica leren kennen. Laten we ondertussen sprekers en schrijvers die zich bedienen van drogredenen als hierboven vooral aanmoedigen zich duidelijk en veelvuldig uit te spreken. Met de instrumenten van de oude Grieken zijn we snel bij de kern van de zaak.

Zie ook dit korte overzicht van drogredenen...